Kerndoelen Techniek
Algemene doelstelling
Het onderwijs in techniek is erop gericht dat de leerlingen:
kennismaken met die aspecten van techniek die van belang zijn voor cultuurbegrip, voor maatschappelijk functioneren en voor verdere technische ontwikkeling;
- kennis van en inzicht in de functie van techniek verwerven, in nauwe relatie met techniek en natuurwetenschappen en met techniek en samenleving;
- zelf praktisch met techniek bezig zijn;
- leren technische oplossingen voor menselijke behoeften te ontwerpen en te maken;
- leren veilig om te gaan met een aantal technische producten;
- de gelegenheid krijgen eigen mogelijkheden en interesses ten aanzien van techniek te ontdekken: daartoe dient techniekonderwijs in zijn uitwerking aantrekkelijk en zinvol te zijn voor meisjes en jongens.
Bijdrage aan de algemene onderwijsdoelen

Het vak draagt in ieder geval bij aan het realiseren van de volgende onderdelen van de algemene onderwijsdoelen:
- het ontwikkelen van inzicht in de relatie tussen techniek en het concept van duurzame ontwikkeling (1.3);
- het ontwikkelen van inzicht in de maatschappelijke betekenis van technologische ontwikkeling (1.6);
- het leren voldoen aan eisen van milieu, hygiƫne, gezondheid en ergonomie (2.5);
- het doelmatig en veilig omgaan met materialen, gereedschappen en apparatuur (2.6);
- het hanteren van een model voor systeemanalyse als strategie om zicht te krijgen op technische producten en technische systemen (3.2);
- het ontwikkelen van een methodische aanpak voor het oplossen van een technisch vraagstuk (3.5);
- het samen met andere leerlingen uitvoeren van technische maak- en onderzoeksopdrachten (4.2);
- het presenteren van ontwerp-, maak- of onderzoeksopdrachten met gebruik van de juiste technische benamingen (4.7).
Daarnaast draagt het vak bij aan de andere (onderdelen van de) algemene onderwijsdoelen:
- het leren communiceren (4);
- het leren reflecteren op het leerproces (5);
- het leren reflecteren op de toekomst (6);
- het gebruiken van informatie- en communicatietechnologie om inzicht te krijgen in besturings- en telecommunicatiesystemen (2 en 3).
Kerndoelen Techniek
Domein A: Techniek en samenleving
Dagelijks leven
- De leerlingen kunnen door middel van beperkt onderzoek relaties aangeven tussen technische ontwikkelingen en veranderingen in de samenleving. Zij kunnen:
- enkele fundamentele ontwikkelingen in de techniek benoemen en consequenties daarvan aangeven voor het dagelijkse leven, zowel positief als negatief;
- met voorbeelden toelichten hoe mensen en situaties van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van nieuwe producten;
- een standpunt verwoorden over technische ontwikkelingen op basis van argumenten inclusief waarden en normen. Zij kunnen daarbij onderscheid maken tussen feiten en meningen, oorzaak en gevolg, aanleiding en effecten.
Bedrijfsleven en industrie
- De leerlingen kunnen op grond van waarneming in hoofdlijnen het technisch functioneren van een productiebedrijf schetsen. Zij betrekken daarbij:
- fasen in de productie;
- werkomstandigheden;
- kwaliteitszorg;
- werkverdeling (sekse, etniciteit).
Beroepen
- De leerlingen kunnen op grond van concrete informatie of waarneming voorbeelden geven van technische middelen die in beroepen gebruikt worden en ze kunnen veranderingen in activiteiten van technische beroepen aangeven die ontstaan zijn door technische vernieuwing.
Milieu
- De leerlingen kunnen voorbeelden geven van de invloed van technische ontwikkelingen en technische productieprocessen op het milieu. Zij kunnen:
- effecten van technische toepassingen als vervuiling van het milieu (grond, lucht en water) en emissies (materialen en energie) uitleggen;
- effecten van technische toepassingen als uitputting van grondstoffen en energievoorraden uitleggen.
Domein B: Technische producten en systemen
Materie
De leerlingen kunnen:
- van technische producten of systemen de gebruikte materialen en de materiaaleigenschappen onderscheiden en een relatie leggen tussen functionaliteit, bewerking en vormgeving;
- van technische producten of systemen de soort en de eigenschappen van verbindingen onderscheiden en een relatie leggen met materiaal, functionaliteit en vormgeving.
Energie
De leerlingen kunnen:
- de gebruikte vormen van energietransport (mechanisch, pneumatisch, elektrisch en / of hydraulisch) benoemen en deze met gegeven onderdelen nabouwen;
- energie-omzettingen in een concrete situatie benoemen. Informatie De leerlingen kunnen:
- van een modern communicatiesysteem de delen, hun functie en hun samenhang (signaaloverdracht, -opslag en -omzetting) aangeven;
- van een stuur- en regelsysteem de onderdelen en hun functies aangeven, alsmede de samenhang ertussen; De kernwoorden zijn:
- signaalinvoer (sensor);
- signaalverwerking (mens, elektronische schakeling, computer, PLC);
- signaaluitvoer (actuator).
- de manier van informatieverwerking van analoge en digitale systemen met elkaar vergelijken en toelichten;
- het gedrag van een regelsysteem praktisch onderzoeken;
- computergestuurde modellen en een eenvoudige productiemachine besturen door middel van een stuurtaal.
Domein C: Ontwerpen en maken van producten
Oplossen
- De leerlingen kunnen een aantal technische ontwerpopdrachten oplossen via een model voor probleemoplossend handelen. Het gaat hierbij om het oplossen van:
- verbinding;
- en constructieproblemen;
- overbrengingsproblemen (omzetten van beweging en kracht);
- besturingsproblemen (meten, sturen, regelen).
Ontwerpen
- De leerlingen kunnen voor een technisch product een ontwerp maken. Zij kunnen:
- een technisch probleem herkennen en specificeren;
- prioriteiten en randvoorwaarden vaststellen;
- een eenvoudige schets, werktekening of uitslag maken van een ontwerp met en zonder gebruikmaking van de computer. Hiervoor moeten zij relevante symbolen kunnen lezen en tekenen.
- een werkplan maken, met of zonder aanwijzingen, voor het uitvoeren van een ontwerp.
Maken
De leerlingen kunnen:
- een product volgens een eigen ontwerp bouwen; Voor het product (werkstuk) dat ook de vorm kan hebben van een model kunnen diverse materialen gebruikt kunnen worden zoals hout, textiel, kunststof of metaal, modelbouwsystemen als ook combinaties daarvan.
- metingen uitvoeren en gegevens van werktekeningen overbrengen op materialen;
- handelingen correct, veilig en milieubewust uitvoeren op het gebied van verspanen, vervormen, verbinden en samenstellen, waarbij van hout en / of kunststof en / of textiel en / of metaal gebruik wordt gemaakt.
Gebruiken / verbeteren
- De leerlingen kunnen het technische ontwerp-proces en het product (werkstuk) evalueren, daarbij rekening houdend met ontwerp-eisen en andere randvoorwaarden, en op basis van de evaluatie voorstellen doen voor verbetering.